Weet u wie voorrang heeft op het water?

ZAR Mini verkeersregels

Net als op de weg, en eigenlijk zoals bij alles, kent ook ons waterwegennet regels en wetten. De verkeersregels voor op het water kunnen verschillen per type vaartuig, net zoals op de weg. Zo is er de scheepvaartwet, natuur- en milieuwet, wet vervoer gevaarlijke stoffen en tal van overige wetten. Natuurlijk zijn er ook wetten, regels en verplichte vergunningen voor de pleziervaart. Die gaan we in deze blog wat nader toelichten, zodat u met uw ZAR Mini niet voor onaangename verassingen komt te staan!

DE VERDELING VAN ONS VAARWEGNET

Inmiddels telt ons land zo’n 400.000 recreatievaartuigen. Een groot deel daarvan maakt gebruik van grote rivieren en kanalen. Dit zijn de zogeheten rijksvaarwegen. Rijkswaterstaat, die zorg draagt voor zowel weg als water, is de uitvoeringsorganisatie van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en werkt dagelijks aan een veilig, leefbaar en bereikbaar Nederland.

Het Nederlands vaarwegennet beslaat ongeveer 5046 km. De hoofdtransportassen en hoofdvaarwegen (beheerd door het rijk) zijn samen circa 1400 km lang. De overige vaarwegen hebben een gezamenlijke lengte van ongeveer 3400 km, en zijn in beheer door de regionale overheden. Vaarwegen worden in Nederland ook onderverdeeld in verschillende klassen, al naargelang van het gebruik.

  • vaarwegen type A: voor de grote beroepsvaart
  • vaarwegen type B: voor de kleine beroepsvaart
  • vaarwegen type C: voor de pleziervaart
  • vaarwegen type 0: voor de overige wateren (kano’s etc.)
ZAR Mini voorrang op het water

WIE HEEFT VOORRANG OP HET WATER?

De beroepsvaart gaat er vaak van uit dat het schip voorrang heeft op de pleziervaart, zoals in een sluis. Voor de voorrangsregeling op het water in Nederland bekijken we het Binnenvaartpolitiereglement. Uit dit reglement kunnen we opmaken dat de grote schepen gewoonlijk voorrang. Maar wat is groot? Jachten kunnen zowel klein als groot zijn en het is niet altijd duidelijk of een schip beroepsmatig of voor het plezier wordt gebruikt. De belangrijkste voorrangsregels op een rij:

  • Een klein schip (tot 20 meter) verleent in de meeste gevallen voorrang aan een groot schip (langer dan 20 meter). Veerponten, passagiersschepen, sleep- en duwboten en vissersschepen die in bedrijf zijn, hebben de rechten van ‘groot’. Ook als ze korter zijn dan 20 meter (voor uitzonderingen zie het BPR).
  • Een schip dat het hoofdvaarwater op wil varen, moet voorrang verlenen aan een schip dat in de betonde vaargeul aan stuurboordzijde van het hoofdvaarwater vaart. Een uitzondering hierop: een schip dat uit een betond nevenvaarwater komt varen. In deze situatie moet een klein schip op het hoofdvaarwater medewerking verlenen aan een groot schip dat van het betond nevenvaarwater komt.
  • Een klein motorschip (tot 20 meter) moet voorrang verlenen aan een klein zeilend schip (tot 20 meter) of een roeiboot als hun koersen kruisen en geen van de schepen aan stuurboordwal vaart. Een groot motorschip of een groot zeilschip verleent in deze situatie voorrang aan het schip dat van stuurboord nadert.
  • Voor kleine motorschepen onderling geldt: als hun koersen kruisen en geen van de schepen aan stuurboordwal vaart, krijgt het schip dat van stuurboord nadert voorrang.
  • Een klein zeilschip met het zeil over bakboord heeft voorrang op een klein zeilschip met het zeil over stuurboord. Varen ze met het zeil over dezelfde boeg, dan moet het loefwaartse schip voorrang verlenen aan het lijwaartse schip.
  • Wie vanuit een haven of nevenvaarwater een hoofdvaarwater opvaart dan wel oversteekt, of vice versa, moet ervoor zorgen dat andere vaarweggebruikers niet genoodzaakt worden hun koers en snelheid plotseling en in sterke mate te veranderen. Het bord B.9 betekent dat schepen op het hoofdvaarwater altijd voorrang hebben.
ZAR Mini vaarregels

Veilig varen op de rijksvaarwegen

Met mooi weer is het druk op het water. Varen met een klein schip tussen de grote beroepsvaart kan voor spannende en onveilige situaties zorgen. Als u als recreatieschipper deze 5 tips opvolgt, maakt u veilig en plezierig gebruik van de grotere wateren:

Tip 1: Houd stuurboordwal

Het is belangrijk om zoveel mogelijk rechts te varen. Zo kunnen schepen elkaar veilig passeren. Een groot schip kan niet direct vaart minderen of uitwijken. Pas daarom uw koers en snelheid aan. Maak indien aanwezig gebruik van de speciale recreatiegeulen. U herkent ze aan de rood-wit en groen-wit gestreepte markering aan de zijkant van de vaarweg. Veilig oversteken? Maak gebruik van de knooppuntenboekjes van Varen doe je Samen.

Tip 2: Vermijd de dode hoek

Vaar niet te dicht voor (grote) schepen uit en kijk regelmatig opzij en achterom. De dode hoek van een binnenvaartschip kan soms wel 350 m lang zijn! Vuistregel: als u de stuurhut van het schip niet kunt zien, kan de schipper u ook niet zien.

Tip 3: zorg voor zicht rondom

Zorg dat u rondom zicht hebt. Vermijd obstakels zoals zeilen en masten, houd ramen van de stuurhut vrij en zorg ook dat mede-opvarenden het zicht niet blokkeren.

Tip 4: Ken de vaarregels

Ook op het water gelden regels. Zorg dat u die kent voordat u het water op gaat. Zorg ook dat u weet wat boeien, borden en tekens betekenen. Onze mobiel verkeerleiders geven voorlichting en waarschuwingen, maar handhaven ook als dat nodig is. Op de website Varen doe je Samen leest u meer over de regels die op het water gelden.

Tip 5: Ga voorbereid het water op

Ga goed voorbereid de vaarweg op: hoe is het weer? Zijn er geplande of ongeplande stremmingen? Op welke tijden worden de sluizen en bruggen bediend? Al deze informatie staat op de website Vaarweginformatie. Schippers kunnen ook gebruik maken van de app RiverGuide, die vaarweggebruikers tijdens de vaarreis informeert. Ook op de pagina Recreatievaart en de website Varen doe je Samen vindt u nuttige informatie voor de reisvoorbereiding.